Veen in de ondergrond van onze veenweidegebieden oxideert zodra het in aanraking komt met zuurstof. Hierdoor zakt de bodem in en wordt het op veel plaatsen zo drassig dat het niet meer lukt om voldoende gras te laten groeien voor de veeteelt. Door het waterpeil steeds verder te verlagen blijft veehouderij mogelijk. Maar juist door peilverlaging komt er weer zuurstof bij het veen en gaat dit verder oxideren, komt CO2 vrij en komt de polder steeds lager te liggen.

Dit proces is zo oud als de polders zelf. Aangezien de daling van de grond gemiddeld 1 cm per jaar is, is meteen duidelijk waarom onze polders zo laag liggen. We moeten steeds meer pompen om de polders droog te houden. En dat terwijl we ook al meer moeten pompen als gevolg van de klimaatsverandering. De zeewaterspiegel stijgt en er vallen steeds zwaardere regenbuien.

Op dit moment leven de meeste agrariërs in het veenweidegebied van veeteelt. Het is zeer de vraag of veeteelt houdbaar is als we besluiten de peilen niet langer verder te verlagen. Functie volgt peil willen wij als partij. Maar over welke functie hebben we het dan? Aangepaste veeteelt, alternatieve landbouw of natuur.

Wettelijk wordt via de ruimtelijke ordening de functie vastgelegd. Het waterschap moet zorgen voor een peil dat die functie ook werkelijk mogelijk maakt. De PvdA vindt al jaren dat dit standpunt in het veenweidegebied eigenlijk niet houdbaar is. Wij vinden dat de functie het peil moet volgen. We zijn echter geen vijand van de ondernemers, maar we willen vooral een bodemgebruik dat bodemdaling tegengaat en realistisch is.