“Dood onder geen beding invasieve exoten en spoor ze niet op”, adviseert Natuurgids Aleid Offerhaus in een opinieartikel in het NRC. De meeste waterschappers denken hier anders over. Wij zijn het met Offerhaus eens, dat nieuwe niet-inheemse soorten (exoten) de natuur rijker kunnen maken, maar vinden dat dit niet geldt voor de soorten die andere soorten verdringen (invasie zijn). Door de klimaatsverandering komen er voortdurend nieuwe soorten bij. Binnen deze groep hebben we te maken met een aantal invasieve exoten. Deze hebben om met Offerhaus te spreken “de euvele moed om schadelijk te zijn”. Ze verdringen niet alleen inheemse soorten, ze tasten ook andere natuurwaarden aan, zoals de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Europa heeft een lijst opgesteld met bijna 50 van dergelijke schadelijke soorten.

Exoten gevaar voor biodiversiteit

Waterschappers hebben de ervaring dat invasieve exoten het leefmilieu van planten en dieren aantasten en inheemse soorten verdrijven. Dat maakt de natuur armer.

een voorbeeld van invasieve exoten: de Amerikaanse rivierkreeftEen voorbeeld, de Amerikaanse rivierkreeft. Deze heeft “de euvele moed” in daden omgezet: de inheemse kreeften zijn verdwenen als gevolg van een door hen geïmporteerde ziekte waar ze zélf immuun voor zijn. Doordat ze bodemplanten opvreten in sloten met goede waterkwaliteit, verslechtert de kwaliteit in een rap tempo. Als gevolg hiervan verslechteren de leefomstandigheden door achteruitgang van waterkwaliteit. Ook nemen de woekerende waterplanten toe die het licht wegnemen dat zo belangrijk is voor een goed ecologisch watermilieu. Ze graven gangen in natuurvriendelijke oevers en dijken. Daarmee bedreigen ze het leefmilieu van inheemse dieren, waaronder dat van de mens.

Muskusratten en ganzen zijn ook niet gezond voor dijkveiligheid, leefmilieu voor dier en plant en waterkwaliteit. We begrijpen dan ook niet waarom een natuurliefhebber als mevrouw Offerhaus de komst van invasieve exoten een verrijking noemt.

Reinie Kaas