Veen in de ondergrond van onze veenweidegebieden oxideert zodra het in aanraking komt met zuurstof. Hierdoor zakt de bodem in en wordt het op veel plaatsen zo drassig dat het niet meer lukt om voldoende gras te laten groeien voor de veeteelt. Door het waterpeil steeds verder te verlagen blijft veehouderij mogelijk. Maar juist door peilverlaging komt er weer zuurstof bij het veen en gaat dit verder oxideren en komt de polder steeds lager te liggen.

Dit proces is zo oud als de polders zelf. Aangezien de daling van de grond gemiddeld 1 cm per jaar is, is meteen duidelijk waarom onze polders zo laag liggen. We moeten steeds meer pompen om de polders droog te houden. En dat terwijl we ook al meer moeten pompen als gevolg van de klimaatsverandering. De zeewaterspiegel stijgt en er vallen steeds zwaardere regenbuien.

Op dit moment leven de meeste agrariërs in het veenweidegebied van veeteelt. Het is zeer de vraag of veeteelt houdbaar is als we besluiten de peilen niet langer verder te verlagen. Functie volgt peil willen wij als partij. Maar over welke functie hebben we het dan? Aangepaste veeteelt, alternatieve landbouw of natuur.

Wettelijk wordt via de ruimtelijke ordening de functie vastgelegd. Het waterschap moet zorgen voor een peil dat die functie ook werkelijk mogelijk maakt. De PvdA vindt al jaren dat dit standpunt in het veenweidegebied eigenlijk niet houdbaar is. Wij vinden dat de functie het peil moet volgen. We zijn echter geen vijand van de ondernemers, maar we willen vooral een bodemgebruik dat bodemdaling tegengaat en realistisch is.

Om meer te weten te komen over wat de mogelijkheden voor agrariërs zijn, is de PvdA- fractie op bezoek gegaan bij het VIC (Veenweide Informatie Centrum) in Zegveld. Het VIC doet onderzoek naar alternatief bodemgebruik, zoals natte teelt, de inzet van speciale lichtgewicht koeien en onderwaterdrainage.

Lichtgewicht koeien zakken minder gauw weg in een drassige bodem

Frans Lenssinck van het VIC legt uit dat in de meeste polders sprake is van ongelijke bodemdaling omdat het veen vaak vermengd is met ongelijke hoeveelheden klei. Daar waar de ondergrond voor 100 procent uit veen bestaat, is vernatting van de bodem niet te voorkomen. In die gevallen kan natte teelt een oplossing bieden, zoals het verbouwen van cranberries of lisdodden. Zo blijkt het stuifmeel van de lisdodden uitstekend geschikt om roofmijten te kweken voor de biologische bestrijding in kassen. Lenssinck laat zien hoe het stuifmeel nu nog met de hand wordt geoogst. Voor opschaling zal machinaal oogsten noodzakelijk zijn.

Stuifmeel van lisdodden zijn te gebruiken voor opkweken van roofmijt.

Daar waar in de ondergrond klei aanwezig is, kan bodemdaling worden verminderd door toepassing van onderwaterdrainage. Op de proefvelden van het VIC is te zien hoe het inzakken van de grond onder bepaalde omstandigheden hiermee zelfs tot staan is te brengen.

Er lopen nu al verschillende pilots. De volgende stap is het op grote schaal uitrollen van een of meer oplossingen. Om dit mogelijk te maken zullen de overheden (provincie, gemeenten en waterschappen) gezamenlijk moeten optrekken. Daarnaast mag ook van de ondernemers (de agrariërs) worden verwacht dat ze meedenken. Vandaar dat het waterschap opzoek is naar pionerende/voorbeeldboeren die willen experimenteren met alternatieve teelten. Het gaat immers om hun bedrijfsvoering en die van hun (klein)kinderen.